Menu

Fietsvakantie Ronda

Balancerend op de rand van een honderd meter diepe kloof en ingeklemd tussen de Sierra de las Nieves en Sierra Grazalema verleidt Ronda eenieder die het stadje nadert. Ronda’s ligging is bijna absurd; alsof een grote reus ooit een mes in het landschap heeft gezet en Ronda daarbij doormidden heeft gekliefd. De kloof, El Tajo, is zó recht en zó diep dat het amper voor te stellen is dat deze door erosie van een rivier (Río Guadalevin), die meer op een kabbelend beekje lijkt, is ontstaan.

button

In tegenstelling tot de ruigheid van dit natuurverschijnsel en de ligging op de rand van een plateau is Ronda een erg lieflijk stadje. Het zal een ideale uitvalsbasis voor je fietsvakantie Ronda zijn. Kom de beelden van deze prachtige foto’s zelf bekijken.

andalusie fiets vakanties ronda Ronda2 Ronda - Vista nocturna carruaje

Paasprocessies Semana Santa

Ronda is een van de plaatsen waar de paasprocessies het beste te bekijken zijn. De processies zijn ontstaan in de tijd van de reconquista (de herovering van Spanje op de Moren) en zijn inmiddels een bonte mengeling van vele culturele invloeden. Maar bovenal stralen ze de unieke Andalusische sfeer uit. Ga net als de Andalusiërs de straat op en ga onder het genot van een hapje en een drankje naar de processies kijken, laat je betoveren door de vreemde muziek, je verbazen door de enorme tableaus (tronos) die gedragen worden en door de “boetelingen” met hun hoofdkappen.

Monumentaal

Net als in veel andere dorpen in Andalusië, wemelt het ook in Ronda van de historische monumenten en musea. ‘Palacios’ van adel uit vervlogen tijden, goed bewaard gebleven Arabische baden, Moorse torentjes strijden om aandacht met delen van de stadsmuur met twee poorten, de oudste ‘Plaza de Toros’ van Spanje en drie erg bijzondere bruggen.

Stierenarena

De arena voor stierengevechten is gebouwd in 1785 en was de bakermat voor de vorm ‘coridas’ zoals ze nog steeds worden gehouden. Aan het begin van de achttiende eeuw stelde Francisco Romero uit Ronda de strenge regels op die zijn kleinzoon Pedro later tot in de perfectie ontwikkelde. Het museum bij de arena is erg interessant en toont prachtige met lovertjes en zelfs hier en daar een vage bloedplek getooide outfits.

Puente Nuevo

Rechts van de arena ligt dan de ‘Puente Nuevo’ uit de achttiende eeuw en de beroemdste van de drie bruggen. Dit staaltje bouwkunst heet in de volksmond een ‘wereldwonder’. Het indrukwekkende bouwwerk overbrugt de honderd meter diepe kloof en de enorme pijlers boden ooit onderdak aan gevangenen. Nu is er een museum dat meer laat zien over de geschiedenis van Ronda.

Andere bruggen

De tweede brug is de Puente Viejo en deze stamt, ondanks dat hij ook Puente Romano wordt genoemd, uit de Middeleeuwen. De poort Puerta de Felipe V vormt hier de in 1742 gebouwde toegang tot het historische centrum El Ciudad. Een klein wit huisje met kleurrijke bloempotten en een onbeperkt uitzicht over de valleien en bergen in de verte, zorgt voor die typische Zuid Spaanse aanblik.

Baños Árabes

Vlakbij ligt de Moorse brug Puente San Miguel. Ten westen hiervan liggen de Baños Árabes. Deze behoren tot de best bewaard gebleven Arabische baden van Spanje. Hier staat zelfs het dak nog overeind met daarin de typische stervormige lichtgaten. De ruimten voor de hete, lauwe en koude baden kunnen inclusief de kenmerkende Moorse hoefijzervormige bogen, allen nog bewonderd worden.

Trappen van ‘La Mina’

Naast de Puente de San Miguel ligt het ‘Casa del Rey Moro’ aan Calle la Mina. Het huis is in feite een verwaarloosd pand dat is opgekocht door particulieren die er ooit een hotel van willen maken. Nu zijn alleen de naar jasmijn en lavendel geurende, in 1912 door de beroemde Franse tuinarchitect Forestier aangelegde tuinen toegankelijk.

Naast de tuinen ligt een verrassing verstopt. Voor iedereen die weer even wil voelen dat hij spieren bezit, ligt hier een erg bijzondere bouwwerk; ‘La Mina’, letterlijk de mijn, maar hier in de betekenis van bron. Recht naar beneden zijn in de rotsen ruim tweehonderd treden uitgehakt. De trap vormde een geheime vluchtweg voor de Moren omdat zij hier ongezien de rivier konden bereiken. Het gezegde ‘bezint, eer u begint’, is hier absoluut van toepassing omdat de meer dan tweehonderd treden na afdaling ook weer beklommen moeten worden.

Beneden wacht ons vanuit een erg mooi perspectief een blik in de kloof. Hier is het wel even wennen aan de geur. Het water is dan wel van de Río Guadalevín, maar echt stromen lijkt het op deze plek niet te doen. Het ruikt er, ver in de diepte dan ook naar een vieze stilstaande sloot. La Mina was naast vluchtroute ook belangrijk als watervoorziening vanwege een bron in de rots en de rivier beneden. Het schijnt dat kettingen gevormd door slaven er voor moesten zorgen dat het water in emmers naar boven werd vervoerd. De bron is verdwenen maar de zaal waar deze lag bestaat nog, evenals de ruimte waar wapens lagen en olie werd verhit om over de vijand beneden in de rivier te gooien.

El Ciudad

We gaan het oude centrum van Ronda, ‘Ciudad’ in. De straten zinderen tegen een uur of vijf van de hitte en het is er muisstil op dit uur. In tegenstelling tot de straal van tweehonderd meter rond de Puente Nuevo, waar het de hele dag wemelt van de groepen toeristen die rustig achter hun gids aandrentelen.

Dit gedeelte van Ronda bestaat uit smalle, bochtige en heuvelachtige straatjes, bezaaid met pittoreske hoekjes. Gevels van de oogverblindend witte huizen zijn allemaal versierd met kleurig gevulde bloembakken. Bezienswaardig in dit stadsdeel is het Palacio de Mondragón, gebouwd in de veertiende eeuw door een Moorse koning. Het huisvest het gemeentemuseum dat niet echt bijzonder is maar wel de moeite van een bezoek waard om het prachtige gebouw van binnen te zien. Helemaal aan het einde van Ciudad staat de Iglesia del Espiritu Santo vergezeld door een deel van de oude stadsmuur met twee poorten; de Puerta de Carlos V en de Puerta de Almocábar.

Museo Lara

Erg bijzonder in het oude centrum is het Museo Lara. In dit onlangs volledig van de sloop geredde Palacio de los Condes de la Conquista, heeft een fanatieke hobbyist zijn levenswerk uitgestald. Het is onvoorstelbaar dat alles wat er te zien is, is verzameld door één en dezelfde persoon. Hierachter zit een ongekende drive, dat kan niet anders.

Er is teveel om op te noemen. Alle voorwerpen in deze unieke verzameling stammen uit het eind achttiende en begin negentiende eeuw; horloges, wapens, typemachines, telefoons, naaimachines, grammofoons, pijpen, toneelkijkers, foto- en filmcamera’s, een hele zaal met alles over stierenvechten, stoommachines en een verzameling munten van voor het jaar nul. En, vertelt eigenaar Juan Antonio Lara Jurado glimmend van trots: alles, maar dan ook alles werkt nog. Hij heeft het eigenhandig of met hulp van kennissen gerepareerd.

Het lijkt alsof hij, zodra hij de gelegenheid daartoe krijgt, elke bezoeker met liefde verrast met zijn hele verhaal. In ons vindt hij zulke dankbare toehoorders dat hij ons enthousiast meetroont naar zijn privé-domein. Hij woont boven in het klassieke pand en zijn eigen vertrekken puilen eveneens uit van de antieke spullen. Het is moeilijk hem ervan te overtuigen dat hij het echt niet hoeft te bewijzen, wanneer we vragen of die erg ouderwetse telefoon het nog doet.

Vervolgens neemt hij ons uitvoerig gebarend en alle bijzonderheden onderweg aanwijzend, mee naar weer een andere ruimte. Op het eerste gezicht lijkt het een opslagruimte of een soort rommelzolder, maar het blijkt de proloog te zijn van de drie nieuwe zalen die hij van plan is in de nabije toekomst te openen.

Alles ligt door elkaar; grote vazen uit de Romeinse tijd, onaangeroerde Cubaanse sigaren uit 1920, bankbiljetten uit diezelfde periode van over de hele wereld, posters met aankondigingen van stierengevechten met Pedro de Romero, Ronda’s beroemdste toreo, antieke poppen, in leer gebonden bijbeltjes met gouden randjes, camera’s en nog heel veel meer. Het is moeilijk hier weg te gaan want de neiging om hier urenlang rond te snuffelen is nauwelijks te onderdrukken. Terwijl wij genieten verontschuldigt Juan zich voortdurend voor de stoffige staat van deze ruimte, terwijl die het laatste is waarover wij ons druk zouden maken.

Als hij ons vervolgens ook nog uitnodigt voor de Flamencoshow die diezelfde avond gaat plaatsvinden onderin zijn sfeervolle Andalusische bodega, compleet met gevulde sherryvaten, is de middag compleet.

Culinair Ronda

Eten kan natuurlijk ook in Ronda. In de buurt tegenover de Plaza de Toros en de belangrijkste winkelstraat, de Carrera Espinel en de Plaza del Socorro vinden we de meeste restaurantjes. Calle Pedro Romero is bezaaid met terrassen. De menukaarten hier zijn allemaal in vier talen te lezen op de gevels.

In Calle L. Borrego zit een andere tapasbar waar de pinchitos erg lekker zijn. Hier worden ook mini hamburgertjes als tapa verkocht. Een goed restaurant schijnt Tragabuches te zijn, de kok werd hier ooit beloond met een Michelinster. Doña Pepa aan de Plaza Socorro is eveneens een bezoekje waard.

De traditionele keuken van Ronda biedt onder andere ‘calabazas rondeñas’: pompoen op een speciale manier klaargemaakt, ‘migas con chorizo’; brood zonder korst met chorizo, ‘las habas con tomate’: tuinbonen met tomaat, ‘ajo y jamón’: knoflook met ham, amandelsoep en soep van artisjokken, bloedworst, geitenkaas, ‘gazpacho al la serrana’ en tortilla.